Website voorlezen

Biografie Herman Brusselmans gepresenteerd in Leiden

Gepubliceerd op: 05 oktober 2017

Biografie Herman Brusselmans gepresenteerd in Leiden

In Leiden vond woensdagmiddag een bijzondere zitting plaats van de eerbiedwaardige Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In een volgepakt Groot Auditorium van het Academiegebouw ontving de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans, gehuld in zijn leren jasje, het eerste exemplaar van zijn biografie, getiteld De majoor van het menselijk leed. Hij kreeg de verse biografie uiteraard uit handen van de biograaf, Rick Honings, die eerder de vuistdikke biografie van de dichter Willem Bilderdijk schreef. Weerstand in de MaatschappijDat de presentatie van de Brusselmans-biografie in Leiden plaatsvond was geen toeval, want Rick Honings is docent Letterkunde aan de Leidse Universiteit en vooral bekend als kenner van de negentiende -eeuwse letterkunde. Toch was het feit dat Herman Brusselmans, die al dertig jaar professioneel auteur is en binnenkort ook zijn zestigste verjaardag viert, centrale gast was in een Leidse academische setting opmerkelijk. Academische proefschriften worden over de ooit jonge ‘Oppergod van de Vlaamse letteren’ weinig geschreven en de literaire kritiek is hem ook niet heel gunstig gezind. Wijnand Mijnhardt, voorzitter van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, opende de middag door erop te wijzen dat Brusselmans deel uitmaakt van het grote raadsel waar de literatuurwetenschap al decennia mee worstelt: hoe kan het dat schrijvers als Brusselmans zo populair zijn en zulke hoge oplagen halen, terwijl op het werk smalend wordt neergekeken door universiteit en kritiek? Volgens Mijnhardt doet het verschijnsel zich al voor sinds de 17e eeuw, toen Heinsius junior hetzelfde overkwam met zijn boek De Vermakelijke Avonturier: de lezers smulden, maar de kenners haalden hun neus op. Mijnhardt verklapte dat ook bij aankondiging van deze middag een aantal leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde had geprotesteerd tegen de komst van de auteur van boeken als De man die werk vond, Autobiografie van iemand anders, Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn, Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus en zijn laatste, vijfenzeventigste werk: Hij schreef te weinig boeken. Hij zeurt nooit
Mai Spijkers, directeur van Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, kon er weinig mee zitten. Hij is al sinds jaar en dag de uitgever van Brusselmans en koesterde deze vaste waarde in zijn fonds vertelde hij in zijn dankwoord aan auteur en biograaf (óók uitgegeven door Spijkers): ‘Herman Brusselmans verkoopt goed en hij zeurt nooit’. Spijkers droeg het woord over aan biograaf Honings, die ook wees op de grote scheiding der geesten als het gaat om Herman Brusselmans: je haat hem of je vereert hem. Zoals op alle achterflappen van Brusselmans-boeken staat: ‘Hij wordt zowel verguisd als verafgood. Hij is een zeer belangrijk schrijver.’ Honings behoorde naar eigen zeggen tot de verafgoders. Op zijn vijftiende was de biograaf zelfs een dweper en had hij de auteur om een gesigneerde foto gesmeekt die hij nog steeds bezat. Het werk van Brusselmans was voor hem aanleiding geweest om Nederlandse taal- en letterkunde te gaan studeren. ‘Leven, werk en imago van Herman Brusselmans.’Honings overhandigde het eerste exemplaar aan Brusselmans, die het meteen teruggaf met de woorden ‘Jij hebt het tenslotte geschreven’. Onno Blom onderwierp biograaf en object van de biografie aan een interview. Brusselmans was vereerd dat er een biografie over hem was geschreven, terwijl hij nog niet eens dood was. Maar er zaten voor de schrijver ook pijnlijke stukken in het boek. Zo was hij het niet helemaal eens met de stelling van de biograaf dat er sprake zou zijn van een Oedipus-complex: ‘Het is juist omgekeerd, ik wou mijn moeder vermoorden om eens lekker met mijn vader naar bed te kunnen’. Brusselmans dreigde de biograaf alsnog op zijn ‘bakkes’ te slaan, maar Honings stelde dat het hem niet zozeer ging om de persoon Brusselmans, maar vooral om het imago dat hij van zichzelf creëerde in zijn werk. Ondertitel van de biografie is immers ‘Leven, werk en imago van Herman Brusselmans.’ De werkelijke feiten uit het literaire werk van Brusselmans destilleren is vrijwel onmogelijk. AngstDe auteur erkende ook dat de bijdrage van zijn eerste echtgenote, met wie hij nu geen contact meer heeft, zeer pijnlijk was om te lezen. Honings had zoveel mogelijk mensen uit de nabijheid van Brusselmans geïnterviewd, maar de eerste ex leverde alleen een lange e-mail. Volgens Brusselmans een harde afrekening. ‘Dit wijkt wel af van de tendens om mij een leuke man te vinden’. Een belangrijke plaats is er in de biografie ook voor het grote thema ‘Angst’ in Brusselmans’ leven en werk. Brusselmans wees zijn harde jeugd in Hamme (volgens Onno Blom vrij schokkend om te lezen) en zijn agressieve vader aan als mogelijke bronnen van zijn angstsyndromen. In de jaren 80 leidde het tot ernstige angststoornissen die hij enkel kon bezweren door te zuipen, medicijnen te slikken en keihard door te schrijven. Het leidde ook tot een redderscomplex, vandaar ook de titel De majoor van het menselijk leed: de bevrijder van Auschwitz die mensen redt van het afgrijselijkste. Ook de Tweede Wereldoorlog is een belangrijk kernthema in Brusselmans’ werk. De laatste romanticusHet dilemma dat Wijnand Mijnhardt opwierp werd niet opgelost, maar Rick Honings kon wel uitleggen hoe de ogenschijnlijk grote sprong van Willem Bilderdijk naar Herman Brusselmans eigenlijk helemaal geen grote sprong was. Honings beaamde de stelling van Blom dat Brusselmans een echte romanticus is, net zoals Bilderdijk. Het grote verband tussen de twee auteurs is hun maniakale schrijfdrift, voor zowel Bilderdijk als Brusselmans was en is schrijven een existentiële noodzaak en juist dat bewonderde Honings.Tot slot mocht de gebiografeerde vanaf de kansel van het Groot Auditorium de toegestroomde bewonderaars en wél aanwezige Leidse sceptici toespreken. Voor één keer stond Hermans Brusselmans letterlijk centraal op de Leidse Universiteit. Tekst: Arno Kuipers